
✩✩✩✩
‘Ach gossie’ fluistert het Concertgebouwpubliek wanneer de eerste zangertjes van het Tölzer Knabenchor afdalen naar het podium. De broekemannen gaan voorop, sopraantjes en alten die de trap bedwingen met twee, drie treden tegelijk. Na hen komen de tenoren en bassen, bedaarde slungels die hun stembreuk hebben overleefd.
Alle 43 dragen ze een zwarte sweater, de witte boordpunten vallen eroverheen. Dit zijn vertegenwoordigers van de PlayStation 3-generatie. Maar in plaats van een riskante missie uit te voeren in Modern Warfare 2, storten ze zich in Amsterdam op The Birth, The Passion en The Aftermath.
Zo betitelde Charles Jennens in 1741 de delen van het oratorium Messiah, een potpourri van bijbelteksten die zijn Londense stadsgenoot Georg Friedrich Händel in nog geen vier weken tijd voorzag van muziek. Dat straffe werktempo sloot een paar geniale ingevingen niet uit. Zo vloeide het ‘Hallelujah!’ uit Händels pen, een koorpassage die naar schatting vier miljard aardbewoners inmiddels kunnen meezingen.
Een Tölzer Knabe draait er z’n hand evenmin voor om.
Sinds 1956 zijn ze in München bij duizenden opgeleid en grote dirigenten wisten hen te vinden. De jongens doken bijvoorbeeld op in het legendarische Bachcantateproject van Gustav Leonhardt en Nikolaus Harnoncourt (al veroorzaakte het net-niet-zuivere van soloaria’s ook weleens kromme tenen).
Toch jammer dat je dit zingende grut in Nederland niet vaker hoort. Tenminste, in het Concertgebouw maakte de Britse dirigent Paul Goodwin korte metten met het engeltjesimago van het gemiddelde jongenskoor.
Hij loodste zijn mannen door windhoosachtige turbulenties, liet ze als F-siders scanderen (‘Wonderful!’), en eenmaal aangekomen bij 1 Korintiërs 15:21 ('Since by man came death') bleek in de Beierse kelen nog mysterie en verwondering te schuilen ook.
De tenoren zongen gretig, op het onbesuisde af, de alten een tikkeltje verlegen. Maar toch: op een fascinerende manier veroverden de jongelui Händels muziek. Dat viel ook de vier Britse solisten op die vanaf hun thuisbasis, links op het podium, een avondlang enthousiast meeleefden.
Hun aandeel klonk soms dunnetjes (de countertenor Robin Blaze), soms bravoureus (de tenor James Gilchrist, die sterk begon met ‘Comfort ye’). Peter Harvey pakte zijn bas-aria’s prettig ontspannen aan, maar Carolyn Sampson vertolkte de spiritualiteit van Messiah op z’n fraaist. Met het godsvertrouwen dat opsteeg uit haar aria 'I know that my Redeemer liveth', zaaide de sopraan twijfel bij elke heiden.
de Volkskrant, 23 december 2009




